Alikruiken of kreukels zijn zeeslakken met een donkerbruin huisje en een doorzichtig geelbruin dekseltje. De slakken worden met de hand geraapt. Ze zitten aan wieren en op schorren tussen de hoog- en laagwaterlijn, op golfbrekers en steenglooiingen. De laatste worden in Zeeland ook wel kreukelbermen genoemd.
Alikruiken worden gegeten bij een boterham. In Zeeuws-Vlaanderen vooral met Pasen bij een heerlijk paasbrood. Alikruiken worden als volgt genuttigd: Neem een slakkenhuisje uit de pan. Neem de alikruik In de ene hand en in de andere een speld. Verwijder met de speld het dekseltje, wip vervolgens met de speld de slak uit zijn huisje en steek de alikruik in de mond.

Ingrediënten:
1 kilogram alikruiken, ½ bosje bladselderij, ½ bosje peterselie, 2 laurierblaadjes, 1 mespunt basilicum, 1 mespunt tijm, zout, versgemalen peper.

Bereidingswijze:
Was de alikruiken heel goed schoon. Was de bladselderij en de peterselie en maak daarvan een bedje op de bodem van een pan. Leg hier de gewassen alikruiken op en giet zoveel water bij dat de alikruiken geheel onder water staan. Voeg dan de laurierblaadjes, de basilicum, de tijm, het zout en de versgemalen peper toe. Breng het water aan de kook en laat de alikruiken op hoog vuur met het deksel op de pan driemaal opkomen. Draai het vuur laag en laat de alikruiken in 10 minuten zachtjes gaar koken. Dien de alikruiken direct op.
Bron: van mosselsoep en kaneelpap door Jo van Lamoen