De champignon
De champignon is vandaag de dag een volledig ingeburgerde lekkernij. Met een gemiddelde nationale consumptie van ruim drie kilo per hoofd van de bevolking heeft de champignon duidelijk de weg gevonden naar de Nederlandse keuken. En dat is geen wonder omdat er met de champignon veelzijdig
gecombineerd kan worden, dankzij een lekkere, niet te nadrukkelijke smaak. Wie kent ze niet, gebakken bij de biefstuk, in de omelet of ragout en in sauzen, soepen of salades? Bijna alle champignons komen van onze eigen bodem. Het heeft echter heel wat voeten in de aarde gehad, voordat het zover was.
Al in de vijfde eeuw voor Christus ontdekte de Griek Hippocrates, de stamvader van de geneeskunde, de geneeskrachtige werking van bepaalde paddestoelen. In onze streken hield de paddestoel lang een slechte naam. In de ogen van de middeleeuwers huisde er in elke paddestoel een duivel. Dat is niet zo vreemd. Paddestoelen komen in duizenden varianten in de
natuur voor. Naast de eetbare paddestoelen zoals bijvoorbeeld eekhoorntjesbrood, hanenkammen en weidechampignons bestaat er een klein aantal giftige soorten. Het eten van deze soorten kan leiden tot hallucinaties en in sommige gevallen zelfs tot de dood. Aangezien de middeleeuwer al het onheil toeschreef aan duivelse krachten, was het lot van de paddestoel snel bezegeld.
Ontdekking van champignons
In de tweede helft van de 17e eeuw merkten Franse meloenkwekers dat er spontaan paddestoelen groeiden op hun afgewerkte broeimest. En dat er méér groeiden als zij de mestvaalt begoten met het water waarin zij de paddestoelen hadden gewassen. Zonder het te beseffen creëerden ze daarmee de
start van het kweken van champignons. Nu, ruim 300 jaar later, is de champignon van de gecultiveerde paddestoelen veruit de meest populaire.Een champignon is een vruchtlichaam van een schimmel en plant zichzelf voort via sporen Champignons hebben geen bladgroen en gebruiken geen zonne-energie voor hun groei. Wel gebruiken ze de moeilijk aantastbare stoffen van hogere planten als voedingsbodem. In die voedingsbodem zullen de sporen, die uit de lamellen van de hoed van de paddestoel vallen, bij de juiste temperatuur en vochtigheidsgraad uitgroeien tot champignons.
Van grotten naar bovengrondse teeltruimten
Tegen het eind van de 19e eeuw wordt in Nederland op kleine, primitieve schaal de champignonteelt beoefend in de mergelgrotten van Zuid-Limburg. Rond 1950 breidt de Nederlandse champignonteelt uit. In dat jaar verrijzen de eerste bovengrondse champignonteeltruimten. Drie jaar later, in 1953, richtten drie jonge boeren uit Mook de Coöperatieve Nederlandse Champignonkwekersvereniging op. Deze heren - Ambrosius, Broekmans en Christiaens (De ABC-kwekers)- stelden samen met vijf andere kwekers de eerste regels vast voor de coöperatieve samenwerking op het gebied van afzet, grondstoffenproductie en belangenbehartiging.
Champignonteelt van wereldformaat
De sector paddestoelen is in de afgelopen jaren sterk veranderd. Door optimalisatie van de kwaliteit van de grondstoffen, door verbetering van de teeltruimten en teelttechniek en door goede scholing van personeel zijn moderne kwekerijen ontstaan met een jaarronde productie van champignons. De jaarproductie was in 1997 240 miljoen kilogram champignons. Dit is 80 maal de productie aan champignons in 1960. Daarnaast zit er een gestage stijging in de productie van andere paddestoelen zoals oesterzwammen en shii-take. Ondanks de
toegenomen mechanisatie en automatisering levert de sector aan vele mensen werkgelegenheid (op kwekerijen werken zo'n 5000 mensen en in het gehele agrocomplex paddestoelen nog een zo'n 5000). Binnen Europa is de Nederlandse productie toonaangevend en op de wereldranglijst staat Nederland op de derde plaats. Ongeveer 65% van de
productie gaat naar de conservenindustrie. Terwijl in Nederland de consumenten vooral verse champignons kopen. wordt bij de oosterbuur Duitsland een groot deel geconserveerd genuttigd. Van de totale productie aan champignons in Nederland wordt 80% geëxporteerd. De productiewaarde bedraagt inmiddels zo'n 650 miljoen gulden. Binnen de sector staan onderzoek, onderwijs en voorlichting op een hoog niveau dat een constante stroom van buitenlanders zich in Nederland laat scholen of voorlichten.