Granen: zo oud als de mensheid
Toen bijna een eeuw geleden de eerste piramides werden verkend, vond men in de dodenkamers de zogenaamde bruidschat: voedsel en essentiële producten om de reis naar het dodenrijk te volbrengen. Het voedsel bestond uit graan en zout. Ook in alle andere culturen wordt graan als basisvoedsel vermeld.
Door de eeuwen heen werd graan vereerd. Pas toen graan schaars werd, heeft de mens zijn grootste rampen gekend. Ieder volk had zijn "eigen" graansoort. In Nederland waren dat tarwe, rogge en spelt gegeten in de vorm van brood. Engeland was een echt haverland en in Azië speelde rijst de hoofdrol. Graan is een verzamelnaam voor verschillende gewassen die tot de grassenfamilie behoren. De zaden dienen tot voedsel van mens en dier. Tot de granen rekenen wij gerst, tarwe, rogge, gierst, haver, rijst, maïs en spelt. Boekweit, alhoewel strikt genomen geen graangewas, wordt wel als zodanig gebruikt.
Meest complete voedsel
Graan is het meest fundamentele en complete voedsel. Volle granen zijn enorm belangrijk voor de fysieke, mentale en spirituele ontwikkeling van de mens. Met het verbouwen en veredelen van grassen begint de menselijke cultuur. Graan vormt ons basisvoedsel, wat door elke voedingsleer wordt
onderstreept, maar wat door de consument vaak wordt vergeten. De welvaartsproducten zoals suiker en witmeel hebben de afgelopen 40 jaar het gebruik van volle granen verdrongen. Over de gehele linie is het gebruik van graanproducten afgenomen. Graan heeft een evenwichtige balans aan suikers, vezels en andere onontbeerlijke voedingsstoffen zoals vitamine B-complex en mineralen.
Granen, verkrijgbaar in allerlei vormen
volle granen: het gaat dan om de hele korrel, dus puur natuur
grutten: gebroken graan (thermogrutten: met milde warmtebehandeling)
schroot: grof gemalen graan dat meestal als dierenvoedsel wordt verkocht
meel: gemalen graan, verkrijgbaar als volkoren, licht gebuild of bloem (uitgezeefd meel)
vlokken: gewalste of geplette granen
gries: een fijn of grof korrelig product dat na het malen overblijft
gepoft: het meest bekende is gepofte maïs (popcorn)
deegwaren: macaroni, spaghetti en andere noedels
muesli: een mengsel van diverse graanvlokken, veelal aangevuld met noten en rozijnen
brood: van gebakken meel tot basisvoedsel

Wat zit er zoal in graan?
Carotine (provitamine A) 100 % gezichtsvermogen
Vitamine B1 86 % zenuwstelsel + spijsvertering
Vitamine B2 70 % bij tekort: beri-beri ziekte
Niacine (pp factor) 84 % huid, spijsvertering, zenuwstelsel
Alle mineralen 70 % algehele gezondheid
Calcium (kalk) 67 % skelet, tanden
Fosfor 76 % skelet, tanden
IJzer 88 % bloedvorming
Gerst
Gerst is het oudste cultuurgraan. Het is zeer wijd verspreid omdat er voor elk klimaat en elke grondsoort wel een goed gerstras te vinden valt. Van vroeger kennen we nog de gort: de gepelde en afgeslepen gerst. Van alle granen heeft gerst de kortste groeiperiode (minimaal 60 à 70 dagen); hierdoor is het
ook goed in noordelijke streken te verbouwen. In de oudheid stond de gerstteelt in hoger aanzien dan de tarwe (verwerking tot brij, brood, koeken, mout). Tegenwoordig is het door tarwe overvleugeld. Gerst wordt nu vrijwel alleen gebruikt als voedergraan en grondstof voor bier (brouwgerst). Gerst heeft een hoog kalium- en fosforgehalte. Dit zijn stoffen die nodig zijn om beenderverkalking tegen te gaan. Gerstvocht is voortreffelijk voor verzwakten en herstellenden door het gehalte aan vitaminen en minerale zouten. Gerst werkt reinigend en is veelzijdige voeding.
Rogge
De roggeteelt gaat zeer ver terug. Bij het begin van onze tijdrekening was roggebrood al een geliefd produkt. Rogge stelt weinig eisen aan de grond; ook op arme zandgrond groeit het goed. Rogge bevat minder gluten dan tarwe. Rogge verschaft spierkracht, energie en doorzettingsvermogen. Aan rogge worden
bloedzuiverende en reinigende eigenschappen toegeschreven, terwijl het hoge kalk- en fluorgehalte een stevige skeletvorming bevordert. Rogge versoepelt de bloedvaten en gaat verstopping tegen. Roggemeel wordt gebruikt bij de bereiding van taai-taai, ontbijtkoek, roggebrood, e.d.
Tarwe
Tarwe is de meest verbouwde graansoort ter wereld en één van de oudste cultuurgewassen. Tarwemeel is populair door zijn goede bakeigenschappen. We onderscheiden onder andere harde en zachte tarwe. De harde tarwe met lange kafnaalden groeit veelal in warmere streken, terwijl de zachte tarwe zonder
kafnaalden het best in koude en gematigde streken groeit. Tarwe is van alle granen het rijkst aan gluten (een soort eiwitten). Daarom rijst het deeg van tarwemeel zo goed. Tarwe komt, na haver, op de tweede plaats qua eiwitgehalte (11,7%). Wat de mineralen betreft bevat tarwe vooral magnesium en zink.
Haver
Haver, eerst een 'onkruid' tussen tarwe en gerst, werd later zelf gecultiveerd. Haver groeit vrij gemakkelijk ook op arme grond en in een kil klimaat. Haver bevat het hoogste eiwit (13,5%) en vetgehalte (7%) van alle granen en heeft ook een hoog percentage vitamine B1 en magnesium. Haver is erg voedzaam en het is hét
energieleverende graan bij uitstek. Haver heeft een goede eiwitsamenstelling en het vet bevat de wezenlijke vetzuren die in de menselijke voeding onmisbaar zijn. Haver bevordert een goede tand en botvorming en is bovendien licht verteerbaar.
Gierst
Gierst was waarschijnlijk de eerste graansoort die echt werd verbouwd. Het was al 12.000 jaar hoofdvoedsel voordat de rijst werd geïntroduceerd. Ook de Hunza's gebruikten gierst als basisvoedsel. Vroeger werd het in een groot deel van Zuid-Europa geteeld. Maar gierst werd teruggedrongen door maïs,
dat een grotere opbrengst per ha. heeft. Naast de overheerlijke bereidingen heeft gierst ook de prettige eigenschap vlug gaar te zijn. Lokale namen voor gierst zijn sorghum, kafferkoren, millies en milo. Naast een hoog eiwitgehalte is gierst bijzonder rijk aan kiezelzuur (silicium), magnesium en ijzer. Het kiezelzuur is belangrijk voor de kwaliteit van onze nagels, huid, haren en tandglazuur.
Maïs
Maïs heeft een grote rol gespeeld bij de opkomst van de Maya- en Aztekencultuur. Maïs komt oorspronkelijk uit Mexico. Maïs is de zachtste graansoort. Het is ook zeer geschikt voor vee (pluimvee). Praktisch alle in Nederland verbouwde maïs komt in het veevoer terecht. De voornaamste
eigenschap is het hoge gehalte aan koolhydraten. Deze worden door het lichaam heel gemakkelijk omgezet in suikers. Maïs is dus een belangrijke energiebron. Verder is maïs vrij van gluten.
Boekweit
De Duitsers spreken over "Buchweizen", wat letterlijk "beuktarwe" betekent. De driehoekige zaden van boekweit lijken inderdaad op beukennootjes. En 'tarwe' wijst op de klassering van boekweit bij de graansoorten. Het hoort echter niet tot de botanische familie van de grassen, maar tot die van de
veelknopige, zoals zuring en rabarber. Wat voedingswaarde en gebruik betreft, is boekweit overduidelijk een graan. Boekweit bevat geen gluten en is zeer rijk aan mineralen, vooral magnesium. Zeer geschikt voor mensen met een zwak gestel of problemen met de bloedvaten. Boekweit bevat ook calcium, fosfor, ijzer en bijna alle B-vitaminen.
Rijst
Na tarwe is rijst de meest verbouwde graansoort ter wereld. In de Oosterse landen is het, naast basisvoeding, ook een vruchtbaarheidssymbool. Indiase rijst heet 'Dhanya' wat bewaker van het menselijk ras betekent. Om te variëren is er ronde rijst, lange rijst, zoete rijst (kleefrijst), wilde rijst en
basmati rijst. Van alle granen heeft rijst de beste eiwitkwaliteit. Bepalend hiervoor is het gehalte aan essentiële aminozuren. Volle rijst heeft een hoge voedingswaarde. Zo bevat dit graan ook heel wat vitaminen van de B-groep, die een belangrijke rol spelen in het metabolisme van het zenuwgestel en de vorming van rode bloedcellen. Rijstwater is een goede remedie bij spijsverteringsproblemen of hevige diarree.