Kampersteur
Steur is een kraakbenige zoetwatervis, die wel 2 tot 3 meter lang kan worden. De steur speelt een rol in een legende. De vis werd gevangen om een maaltijd te bereiden voor de bisschop, die Kampen zou bezoeken. Deze annuleerde echter zijn bezoek wegens ziekte en de vis werd teruggegooid met een

bel om zijn nek, zodat de steur gemakkelijk teruggevonden zou worden. Toen de bisschop later naat Kampen kwam, was de vis uiteraard verdwenen. In plaats van vis werden toen eieren klaargemaakt.
Ingrediënten:
8 eieren, 60 gram boter, 60 gram bloem, 6 deciliter bouillon, zout, versgemalen peper, 2 eetlepels mosterd, 1 eetlepel fijngehakte peterselie.
Bereidingswijze:
Kook de eieren hard (ongeveer 8 minuten). Smelt intussen de boter in een pan en roer de gesmolten boter met de bloem tot een glad papje. Schenk er, scheutje voor scheutje, goed roerend de bouillon bij, breng aan de kook en laat op laag vuur 3 minuten doorkoken. Breng op smaak met zout en versgemalen peper en roer er de mosterd door. Pel de eieren en snijd ze in de lengte doormidden. Leg de eieren met de bolle kant naar boven op een voorverwarmde schaal. Schenk de warme saus over de halve eieren, bestrooi met peterselie en dien de Kampersteur op met brood en boter.