Kandeel
Kandeel was dé kraamdrank bij uitstek. Familieleden en goede vrienden werden in vroegere dagen op deze drank getrakteerd. De vader droeg daarbij een met kant omboorde satijnen muts en een gebloemde kamerjas om de boze geesten af te leiden van moeder

en kind. De pijp kaneel, waarmee door de vader de kandeel werd geroerd, moest hem kracht geven de geesten te weerstaan. Bij de geboorte van een jongen werd een lange kaneelstok met strikken gebruikt, bij een meisje een korte met 1 strikje.
Ingrediënten:
5 gram pijpkaneel, 10 gram kruidnagelen, de schil van 1 citroen, 2 deciliter water, 6 eierdooiers, 100 gram basterdsuiker, 1 liter Rijnwijn, 1 pijp kaneel.
Bereidingswijze:
Laat de kaneel, kruidnagel en de citroenschil 1 uur zachtjes trekken (niet koken) in 2 deciliter water. Zeef het aftreksel en laat het afkoelen. Klop vervolgens de eierdooiers met de basterdsuiker schuimig. Roer hier het afgekoelde kruidenaftreksel door, alles au-bain-marie in een pannetje en schenk ten slotte al roerend met de pijp kaneel de Rijnwijn erbij. Kandeel kan zowel koud als warm worden gedronken. De kandeel werd gedronken uit een kandeelglas of een porseleinen kommetje.