Konijn met champignons en cider (voor 4 personen)
Ingrediënten: 1 deciliter kippen of vleesbouillon, 2½ deciliter cider, 1 eetlepel groene kruiden, 200 gram rookspek in reepjes gesneden, 50 gram boter, 1 jong konijn, scheut cognac, 1 eetlepel bloem, 200 gram champignons, 1 eierdooier, 4 sjalotjes, 1 eetlepel grove mosterd, peper, zout.
Bereidingswijze:
Breng de bouillon, de cider en de groene kruiden aan de kook en laat een half uurtje zachtjes doorkoken. Bak het spek uit in de hete boter en haal dan de spekjes eruit. Bak de stukken konijn in het vet rondom bruin. Giet voorverwarmde cognac erover en flambeer. Bestrooi de stukken vlees in de pan gelijkmatig met een laagje bloem en doe het bouillon/cidermengsel erbij. Voeg de spekjes toe en laat het geheel dan een uurtje doorsudderen in een gesloten pan. Laat de schoongemaakte en in plakjes gesneden champignons en de gesnipperde sjalotjes in een beetje boter 10 minuten stoven en voeg ze een kwartier voor het vlees gaar is aan het geheel toe. Wrijf de lever fijn en meng die met een eierdooier, de mosterd, peper, zoet en een scheutje bouillon. Schep dit mengsel vlak voor het opdienen aan het stoofvocht toe.