Oud Hollandse tafelmanieren
In het algemeen geldt dat men in de middeleeuwen, meer dan later, op een nogal ongedwongen wijze met elkaar omging. Er was betrekkelijk weinig sociale controle, pas later ging men waarde hechten om allerlei emoties te beheersen. Maar er waren natuurlijk wel regels waaraan men zich te houden
had, het sociale verkeer diende enigszins in goede banen geleid te worden.
Het was vanzelfsprekend dat men met anderen van eenzelfde bord of schaal at, er was gewoonweg niet voldoende eetgerei beschikbaar. Aangezien men toen nog voor een belangrijk deel met de handen at, was het logisch dat het wassen van de handen op prijs werd gesteld. Nagels moesten schoon en geknipt zijn. Maar ook het terugleggen van afgebeten stukken of afgekloven botten in de gemeenschappelijke schaal stelde men niet op prijs. Iemand iets aanbieden waarvan je zelf al een hap genomen had, werd niet als netjes beschouwd. Alleen aan bedienden kon men dit nog geven. Onder het eten mocht je ook niet met je blote hand op je hoofd krabben, of aan je oren of neus zitten. Daarvoor
moest je maar je kleding of het tafelkleed gebruiken. Het soppen van spijzen in een nap of beker waaruit een ander ook nog moest drinken, keurde men eveneens af.
Als je uit een gemeenschappelijke beker dronk, of als je een beker aangeboden kreeg van een ander moest je eerst je lippen afvegen. Dit mocht echter niet aan je kleren. En er waren nog geen servetten. Het tafelkleed was zeer geschikt daarvoor. Daarmee kon je tevens je vette vingers schoonmaken, maar geen zere ogen of vuile
tanden. En toch moest dat soms gebeuren, zeker als men leest dan dames werd aangeraden om de vingers niet verder dan het eerste vingerkooitje in de saus te dopen wanneer men zijn voedsel in de saus deed, wordt duidelijk dat de toenmalige tafelmanieren wel eens problemen konden geven. Je neus in het tafellaken snuiten mocht ook al niet, iemand anders moest immers zijn vette vingers er nog aan kunnen vegen.
De hele schaal doorspitten om iets van je gading te vinden, gold ook toen al als ongepast. Men nam wat voor de hand lag. Te veel in de maag proppen leidde tot boeren, maar dan had je wel je goede manieren op het spel gezet. Meer vlees of brood in je mond doen dan je op kon, zodat je het weer moest uitspugen, stelde men evenmin op prijs. Je mocht je
niet als een varken op het eten storten. Ook niet begerig dooreten van het gemeenschappelijk bord als je buurman een slok nam. Met volle mond drinken was in die tijd ook al niet netjes en je moest ook je mond eerst afvegen om te voorkomen dat er vettigheid in de drank kwam. Als er door het soppen stukjes brood in het wijnglas terecht gekomen waren, moest je het helemaal leegdrinken of op grond gooien.
Blazen op je eten of in je drank, om het sneller te laten afkoelen, mocht evenmin. Smakken, snuiven, over de schalen hangen, de tafel besproeien bij het niezen of snuiten, het mocht allemaal niet. Laat staan spugen. En lawaai maken aan tafel was ook uit den boze.
Men had doorgaans wel een mes en een lepel. Maar het was lang niet altijd zo dat er voldoende bestek was voor de aanwezige gasten. Ook dit bestek moest men dus delen. Je tanden schoonmaken met je mes moest dan ook echt vermeden worden. Het mes was het belangrijkste onderdeel van het eetgerei, het eten werd daarmee veelal naar de mond gebracht.Men zonderde iets af van zijn eten ten behoeve van de armen. Daar waren aparte schalen voor beschikbaar. Overblijfselen van de maaltijd gingen er ook in, onder andere de platte broden war men het vlees op gesneden had.
Nog belangrijker dan nu het geval is, was de tafelschikking. Meerdere personen aten immers van
eenzelfde schotel en moesten uit dezelfde beker drinken. En het was dan prettig om naast een bekende of een proper ogend persoon te zitten of te staan, maar al te veel scrupules had men in dat opzicht niet.